Het kweken met discusvissen vraagt enige
vaardigheid, geduld en een hoop werk. Het is
belangrijk dat men enige kennis heeft over in het
wild levende discusvissen en dan met name kennis
over:
• water (zuurgraad)
• afzetseizoen
Op deze pagina vindt u dan ook
informatie over verschillende onderwerpen met
betrekking tot de kweek. Als u op het onderwerp
klikt, gaat u direct naar de informatie:
De
discusvis noemt men ook wel de koning van het
zoetwater-aquarium.
Al meer dan 100 jaar geleden werd deze koning van de
Amazonië ontdekt, maar pas na de 2e Wereldoorlog
werden ze in Europa geïmporteerd.
Het waren de serieuze discuskwekers, die in de
Verenigde Staten (maar zeker ook in Duitsland) de
basis hebben gelegd voor de discuskweek.
Deze serieuze kwekers hebben er voor gezorgd dat
over de hele wereld de liefhebberij t.o.v. de
discusvissen zeer populair werd en nog steeds is.
Door de strenge selectie en selectieve kweek kwamen
er steeds meer nieuwe kleurvarianten op de markt en
tot op heden komen er steeds meer bij.
Vooral de Aziaten zijn hier specialisten in.
De Zuidoost-aziatische landen kregen pas later het
besef van de markwaarde van deze vissen.
In de jaren 70 werden er vele discusvissen, vooral
de bruine soorten, naar de Verenigde Staten en
Europa ingevoerd, maar de kwaliteit bleef ver
achter.
In Europa waren de intensief gekleurde varianten
betreffende de turquoise enorm populair.
De Aziaten waren de eerste tegenslagen snel te
boven: door zelf de kleurslagen in het buitenland te
kopen lukte het spoedig om nieuwe kleurlagen te
kweken, de kwaliteit te verbeteren en tot op heden
zijn zij daar nog steeds de beste in naar mijn
mening.
De exportmarkt vanuit Azië is enorm en zij
onderscheiden zich momenteel zeker met de Europese
en Amerikaanse markt.
Om met discusvissen te kweken moet men enige
voorbereidingen treffen om een succesvolle kweek re
realiseren.
Het is niet alleen het kweekrijp krijgen van de
vissen maar ook de kwaliteit van het water is
bepalend voor de kwaliteit van de jongen.
Om deze voorbereidingen te treffen moet men met de
benodigde waterwaardes bekend zijn
In onderstaande tabel zijn de waterwaardes aangegeven
waaraan het water moet voldoen zonder dat men er mee
wil kweken; naar mijn mening is het eigenlijk een
plicht van de discusliefhebber om de waterwaarde
voor de discusvissen zo ideaal mogelijk na te
streven.
aanduiding
streef waarde
opmerking
Nitriet NO2
0
Nitraat NO3
50mg/l
Max.
PH =
zuurgraat
6-7
GH =gezamelijke
hardhuid
3-10
KH =
Carbonaat Hardheid
3-5DH
EC =
elektrische geleidbaarheid
150 - 600
Min. 100
Om
te kweken zijn de volgende waarden belangrijk om als
standaard aan te houden:
aanduiding
streef waarde
opmerking
Nitriet NO2
0
Nitraat NO3
20 mg/l
PH =
zuurgraat
6.5
GH =gezamelijke
hardhuid
3
KH =
Carbonaat Hardheid
2 DH
EC =
elektrische geleidbaarheid
150
Min. 100
Het is echter niet zo dat de discusvissen eieren
afzetten en jongen groot brengen met andere waarden,
maar daar komen we later op terug.
Volgende punten zijn een belangrijke basis om tot
een goede kweek te komen:
1. Eén van de belangrijkste punten is te zorgen dat
men beschikt over de juiste bacterie huishouding om
zo de chemische eigenschappen van het water goed te
behouden.
Dit bereikt men door o.a. een filter met voldoende
capaciteit (mag overcapaciteit zijn) en kwalitatief
goed filtermateriaal te gebruiken.
2. PH (zuurgraad) is gemiddeld 8.0 wat uit de kraan
komt; diegenen, waarbij een waarde 7.0 uit de
kraan komt, hebben geluk maar gezien het beeld
wat de Europese Unie voor ogen heeft zal de waarde
bij iedereen op een gegeven moment 8.0 zijn.
Door gebruik te maken van een Kation en Anion
wisselaar (gevuld met de juiste harsen) of een
Osmose apparaat (zie techniek) heeft men neutraal
water wat vermengd moet worden met kraanwater of
calcium of magnesiumzouten om de juiste geleidbaarheid
te realiseren.
De EC (elektrische geleidbaarheid) van het water mag
nooit lager zijn dan 100.
De zuurgraad kan men nog verder verlagen door
gebruik te maken van:
• Turf
• Fosfaatzuur
• Natuurazijn
De verandering geschied geleidelijk en het kan
zeker één à twee weken duren voordat men de
verlaging met een PH meter kan meten.
De kweekbak
1. De ideale afmeting voor een kweekbak zijn 50 cm x
50 cm x 50 cm, dus in totaal heeft men dan een
inhoud van 100 liter.
2. Zowel de juiste inhoud en de hoogte van de bak
zijn belangrijk
3. Er mag geen sterke stroming in de bak aanwezig
zijn omdat er geen goede bevruchting kan
plaatsvinden en ook de jonge larven komen zo
moeilijker op de huid.
Er wordt een klein nachtlampje boven de bak
gehangen om de bak ook in de nacht te verlichten.
Als de vissen koppelvorming gaan vertonen dan worden
de vissen in een met normaal kraanwater gevulde
bak van 50 x 50 x 50 cm gedaan
Om de vissen tot ei-afzetting te bewegen breng ik
de geleidbaarheid van het water geleidelijk naar een
waarde tussen de 150 en 200 microsiemens (EC) en
verlaag ik enigszins de PH waarde naar 6.8
Dit doe ik door dagelijks 50% van het water te
verversen met voorbereid water (d.m.v. bijv. Kation
en Anion wisselaar (gevuld met de juiste harsen) of
een Osmose apparaat).
Door het voorbereide water dagelijks met een klein
beetje natuurazijn te vermengen breng ik de PH
(zuurgraat) geleidelijk naar 6.8.
Mijn KH blijft dan op een verantwoorde waarde.
Om de waarde te meten maak ik gebruik van een
PH-meter en een MS-meter.
Als de vissen willen gaan afzetten verlaag ik de
stroming van het filter en ook de bruissteen haal
ik er dan tijdelijk uit.
Het vrouwtje begint eerst met een proefafzetting: het
lijkt dan of het mannetje in zijn geheel niet is
geïnteresseerd, maar op het moment dat het serieus
gaat worden komt de man in actie.
Het paartje staat nu naast elkaar en het vrouwtje
begint met het leggen van een snoer met eieren, het
vrouwtje zwemt daarna iets opzij om het mannetje de
kans te geven de eieren te bevruchten.
Het mannetje zwemt dan weer een halve cirkel weg om
het vrouwtje een nieuwe snoer met eieren te leggen.
Dit herhaalt zich een poosje en het kan ongeveer 1
uur tot 1 ½ uur duren.
Het vrouwtje kan zo’n 150 tot 400 eieren leggen met
een gemiddelde van 200 eieren.
De grootte van de eieren zijn zo’n 1,5 mm lang met een
doorsnede van 1,2 mm.
Nadat het vrouwtje klaar is, wordt het filter weer
iets harder gezet en het bruissteentje terug
geplaatst.
De eitjes kleuren van de 2e naar de 3e dag donker
waaraan we kunnen zien dat de eieren bevrucht zijn.
De witte eieren zijn onbevrucht en kunnen gaan
beschimmelen, sommige ouders verwijderen de
beschimmelde eieren.
Vanaf de
3e dag zijn de larven op de kegel waar te nemen en
tussen de 4e en 5e dag komen de jongen los, in het
begin nemen de ouders de jongen in hun mond en
spugen ze terug op de kegel.
Na de 5e dag lukt dat niet meer en dan is het zaak
dat de jongen op de huid komen, alhoewel de jongen
reservevoedsel met zich meedragen, kan het zijn als
het een wat kleiner nest is dat ze niet direct op de
huid zitten en met z'n allen op een donker plekje
vertoeven, net zoals we zien bij de Pigeon blood,
Malboro Red die niet donker kleuren; maar goede
ouders blijven voor het groepje jonge visjes hangen
en houden ze goed in de gaten om ze door allerlei
bewegingen en trillingen te verleiden om ze zo op de
huid te krijgen.
De juiste waterwaarde en de juiste voedingswaarde
is van belang voor het goed op laten groeien van de
jongen.
Het is niet zo dat als ze de larven op de huid van
de ouders hebben zitten dat we gewonnen hebben… nee,
dan begint het pas.
Ik voer de ouders 1x per dag met zwarte muggenlarven
en de hoeveelheid is zodanig dat het water niet te
veel vervuild; alle waarden worden goed in de gaten
gehouden.
Nadat de jongen een week op de huid zitten begin ik
het water langzaam terug te brengen op leidingwaterniveau.
Vooraleer men met artemia gaat voeren is de kans op
vervuiling erg groot, daarom blijf ik mijn water
meten.
Het is belangrijk dat een nest opgroeit waarvan de
jongen ongeveer allemaal even groot zijn, vaak zien
we hier een duidelijk verschil.
Dit houd in dat alle waarden etc. nog niet optimaal
zijn.
Je zult ook zien dat de achterblijvers na verloop van
tijd afvallen… het gebeurt vaak dat, indien het in de
beginfase fout gaat, je soms minder dan 20% van
de jongen overhoudt op een leeftijd van 2 tot 3
maanden.
Van de jongen die je overhoudt kun je rustig stellen
dat dit geen TOP vissen worden….
Als je goed wilt kweken zul je alles goed in de
gaten moeten houden en goed moeten documenteren,
zodat je op een gegeven moment weet wat voor jouw de
beste situatie is betreffende je water, voeding etc.
net een betreffend koppel.
Zodra je een nieuw koppel aanschaft begin dan
opnieuw met documenteren.
Ook de gezondheid van de oudervissen is belangrijk
om nog maar niet te spreken van de vererving.
Je zult dus vele nestjes serieus moeten kweken en er
heel veel aandacht en tijd aan moeten besteden voordat je echte TOP discussen kan kweken en dan nog kan
je wel eens voor verassingen komen te staan.
Ook het aantal keren voeren per dag is belangrijk,
zo ongeveer om de 1 ½ uur wordt er gevoerd bij mij
en als ik niet thuis ben worden de vissen gevoerd
door mijn vrouw of door mijn dochter en geloof me
dit gaat de hele dag door.
Ik meet iedere dag het water en ververs ook iedere
dag 50% van het water van de jonge vissen en indien
nodig nog meer: een klus, die minimaal 1 tot 2 uur in
beslag neemt.
Als de vissen wat ouder zijn heb ik de hulp van een
voerautomaat.
Ik vind het belangrijk dat de jongen zoveel mogelijk
gevarieerd voedsel tot zich nemen, hier wordt bij
mij
dus niet op bezuinigd.